Bouwbesluit Online 2012


6 Bedrijfs- en milieueffectentoets

Omdat het in deze regeling alleen gaat om het uitwerken van voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is er bij de totstandkoming van deze regeling geen aanvullend onderzoek gedaan. Zie voor de bedrijfs- en milieueffecten onderdeel 14 van het algemeen deel van de nota van toelichting op het Bouwbesluit 2012.7

Wijziging van de regeling:

a.Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en enkele andere wijzigingen

Omdat het in deze wijzigingsregeling alleen gaat om het uitwerken van voorschriften uit het Bouwbe sluit 2012 is er bij de totstandkoming van deze regeling geen aanvullend onderzoek gedaan. Zie voor de bedrijfs- en milieueffecten onderdeel 14 van het algemeen deel van de nota van toelichting op het Bouwbesluit 2012.

b.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 26 februari 2013, nr. 2013-0000121469, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van normen en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

Omdat het alleen gaat om uitwerking van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 gaat, is geen onderzoek gedaan naar de milieu- en bedrijfseffecten van deze regeling.

Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

Omdat het alleen gaat om uitwerking van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is de ontwerpregeling niet beoordeeld aan de hand van de standaardtoets op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF-toets).

c.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 14 juni 2013, nr. 2013-0000350418, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 betreffende de energieprestatie van gebouwen

Omdat het alleen gaat om uitwerking van voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is geen onderzoek gedaan naar de milieu- en bedrijfseffecten van deze regeling.

Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

Omdat het alleen gaat om uitwerking van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is de ontwerpregeling niet beoordeeld aan de hand van de standaardtoets op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF-toets).

d.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 februari 2014, nr. 2014-0000068608, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

Omdat het alleen gaat om uitwerking van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is geen onderzoek gedaan naar de milieu- en bedrijfseffecten van deze regeling. Er wordt op gewezen dat de verdere indeling van de scheiding van afvalstromen, zoals opgenomen in onderdeel G van deze regeling gunstig is voor het milieu.

Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

Omdat het alleen gaat om uitwerking van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is voor deze ontwerpregeling geen onderzoek uitgevoerd naar de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF-toets).

e.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 24 november 2014, nr. 2014-000023518, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanscherping van de warmteweerstand en de wijziging van de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en wijziging van enkele andere regeling

Omdat het in deze wijzigingsregeling met name gaat om het uitwerken van voorschriften uit de wijziging van het Bouwbesluit 2012 per 1 januari 2015 is er bij de totstandkoming van deze regeling geen aanvullend onderzoek gedaan. Zie voor de bedrijfs- en milieueffecten onderdeel 4 van het algemeen deel van de nota van toelichting van genoemd wijzigingsbesluit.

f.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 12 december 2014, nr. 2014-0000663941, houdende aanpassing van de bedragen, genoemd in de artikelen 1, eerste lid, onderdeel a, en 10, tweede lid, eerste volzin, onderdelen a en b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wijziging van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte en wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 (inkomensgrenzen inkomensafhankelijke huurverhoging 2015, aanpassing zorgwetgeving, gegevensverstrekking door de huurder en wijziging aanduiding NEN-norm)

Naar de bedrjfs- en milieueffecten is geen onderzoek gedaan.

g.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 18 juni 2015. , nr. 2015-0000335240, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de eisen aan kooldioxidemeters en het aanwijzen van normen.

Omdat het in deze wijzigingsregeling met name gaat om het aanwijzen van nieuwe versies van in het Bouwbesluit 2012 aangewezen normen en om de uitwerking van wijzigingen van het Bouwbesluit 2012 is er bij de totstandkoming van deze regeling geen specifiek onderzoek gedaan. Op basis van de informatie die van NEN is ontvangen ter zake van het aanwijzen van nieuwe versies van normen wordt aangenomen dat er geen sprake is van negatieve bedrijfseffecten.

h.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 7 december 2015, nr. 2015-0000728514, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van betonnen galerijvloeren en het aanwijzen van normen en wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen met betrekking tot de actualisatie van enkele Nationale Beoordelingsrichtlijnen en het vaststellen van een bijlage

Omdat deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 niet voorziet in wijzigingen van informatieverplichtingen richting de overheid, heeft het nieuwe voorschrift ook geen eenmalig effect op de administratieve lasten voor burgers en bedrijven. Wel is er sprake van eenmalige inhoudelijke nalevingskosten voor burgers van minimaal € 892.500 en maximaal € 1.260.000. De eenmalige inhoudelijke nalevingskosten voor bedrijven zijn minimaal € 5.057.500 en maximaal € 7.140.000.

Artikel II heeft geen effecten op de administratieve lasten voor burgers en bedrijven.

i.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 20 juni 2016, nr. 2016-0000354250, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van zwembaden

In de wijzigingsregeling is dit aspect niet toegelicht.

j.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 23 december 2016, nr. 2016-0000805104, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van enkele normen

In de wijzigingsregeling is dit aspect niet toegelicht.

k.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2017, nr. 2017-0000644894, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot drijvende bouwwerken, de milieuprestatiegrenswaarde, bijna energieneutrale gebouwen en de aansturing van enkele normen

In de wijzigingsregeling is dit aspect niet toegelicht.

l.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 juni 2018, nr. 2018-0000388367, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanwijzing van een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema

In de wijzigingsregeling is dit aspect niet toegelicht.

m.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 december 2018, nr. 2018-0000963331, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het aanwijzen van een nieuwe versie van een aantal normen

In de wijzigingsregeling is dit aspect niet toegelicht.

n.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 juni 2019, nr. 2019-0000343502, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het aanwijzen van een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema, van de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken, en van een aantal normen

In de wijzigingsregeling is dit aspect niet toegelicht.

o.Regeling van de Minister van Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 maart 2020, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 en de Regeling energieprestatie gebouwen inzake de implementatie van de tweede herziening van de richtlijn energieprestatie gebouwen

Financiële gevolgen voor burgers en bedrijven

Regeldruk

In het besluit houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012 en van enkele andere besluiten inzake de implementatie van de tweede herziening van de richtlijn energieprestatie van gebouwen ofwel het besluit EPBD III (Stb. 2020, 84) is in paragraaf 4 van het algemeen deel van de toelichting een uitgebreid overzicht opgenomen van de verwachte regeldruk voor burgers en bedrijven. De regeldruk is berekend door onderzoeksbureau SIRA Consulting (Sira Consulting, Lastenmeting implementatie van de herziene EPBD, Eindrapport 9 juli 2019). Voor het onderzoek zijn interviews gehouden met Techniek Nederland, FME, Alfen, Sources Trading, W/E adviseurs, VNG, SCIOS en EnergiePartners. De totale eenmalige regeldruk zal naar verwachting stijgen met een bedrag tussen de € 35 en € 135 miljoen voor burgers en met een bedrag tussen € 432,7 en € 513,3 miljoen voor bedrijven. De totale structurele regeldruk zal naar verwachting stijgen met een bedrag tussen € 35,9 en € 47,9 miljoen per jaar voor burgers en dalen met een bedrag tussen € 18,7 en € 23 miljoen per jaar voor bedrijven.

In het onderzoek van Sira is al rekening gehouden met de gevolgen van de voorliggende wijzigingsregeling. Dit betekent dat er een uitzondering daargelaten geen sprake is van extra financiële gevolgen. Deze uitzondering betreft de regeldruk die voortkomt uit de verplichte afmelding van keuringen van airconditioningsystemen in een keuringsregister. Reden hiervoor is dat deze afmeldingsverplichting pas na het uitvoeren van het lastenonderzoek is toegevoegd. Uit nader overleg met gemeenten en de installatiesector is namelijk gebleken dat een afmeldsysteem voor keuringen, zoals al bestond voor verwarmingssystemen, ook voor airconditioningsystemen een belangrijk element is voor effectieve en efficiënte controle op naleving van eisen.

De regeldruk die uit deze nieuwe afmeldplicht voorkomt is naar verwachting beperkt. Voor de circa 15.000-30.000 airconditioningssystemen die gekeurd moeten worden is de verplichting om daarna af te melden dus nog niet opgenomen in het eerdergenoemde lastenonderzoek. Deze afmelding moet eens in de vijf jaar plaatsvinden en zal naar verwachting dan maximaal vijf minuten tijd vergen. Het tarief van de keurder bedraagt volgens het lastenonderzoek van SIRA Consulting € 54 per uur. Daarnaast moet rekening worden gehouden met administratieve kosten van € 5 per afmelding.

De verwachte extra regeldruk als gevolg van het afmeldregister komt daarmee op: 15.000 tot 30.000 systemen x € 5 met een keuring eens per 5 jaar = op jaarbasis € 15.000 tot € 30.000 5 min x € 54 per uur x 15.000 tot 30.000 systemen met een keuring eens per 5 jaar = op jaarbasis € 13.500 tot € 27.000.

Dit betekent dat de extra regeldruk als gevolg van de afmelding van de keuring van airconditioningsystemen naar verwachting € 28.500 tot € 57.000 op jaarbasis zal bedragen.

Hiermee zal de in het rapport van 9 juli 2019 berekende totale structurele regeldruk voor bedrijven minder zal dalen. In plaats van € 18,7 tot € 23 miljoen per jaar zullen de totale structurele lasten voor bedrijven dalen met een bedrag tussen € 18,7 en € 22,9 miljoen per jaar.

Besparingen

In het besluit EPBD III is ook een voorzichtige inschatting opgenomen van de verwachte energiebesparingen en CO2-reductie. De verwachte besparingen en CO2-reductie voor zover deze direct zouden zijn toe te rekenen aan deze wijzigingsregeling zijn hier al in meegenomen.

Bestuurlijke lasten en financiële gevolgen voor de rijksoverheid

Uitvoering van de implementatie van de tweede herziening van de richtlijn Energieprestatie van Gebouwen kan voor gemeenten extra kosten meebrengen. Door SIRA Consulting zijn de bestuurlijke lasten in beeld gebracht. De eenmalige kosten voor kennisname van regelgeving bedragen € 17.000 en de structurele handhavingskosten € 1,8 miljoen per jaar. De bestuurlijke lasten als gevolg van de voorliggende regeling zijn hier al in meegenomen. De verplichting om keuringen af te melden die na het lastenonderzoek van SIRA Consulting is toegevoegd, heeft naar verwachting geen effect op de bestuurlijke lasten. Door het afmeldregister blijft de verwachte werklast gelijk, maar kan de handhaving gerichter worden ingezet op gebouweigenaren die niet aan de keuringsverplichting hebben voldaan.

p.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 22 april 2020, nr. 2020-0000179074, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van breedplaatvloeren

De regeldrukeffecten van de onderzoeksplicht zijn in kaart gebracht in het onderzoek ‘Regeldrukeffecten verplicht onderzoek Breedplaatvloeren’ (Sira, 17 oktober 2019).

Uit dit onderzoek volgt dat er alleen sprake is van eenmalige administratieve lasten voor bedrijven en eenmalige lasten voor de overheid voor zover zij gebouwen in bezit hebben uit categorie CC3 van de NEN 8700. Het gaat om circa 50 tot 300 gebouwen met breedplaatvloeren waarvan 10% overheidsgebouwen zijn. De kosten van het onderzoek bedragen afhankelijk van de grootte van het gebouw in kwestie circa € 2.500 tot € 12.500.

Op basis van bovenstaande zijn de totale kosten:

Voor bedrijven tussen minimaal € 588.240 en maximaal € 3.032.460.

Voor overheden tussen minimaal € 65.360 en maximaal € 336.940.

q.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 13 juli 2020, nr. 2020-0000414055, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 inzake bijna energie-neutrale nieuwbouw

Regeldruk

In het besluit houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012 en van enkele andere besluiten inzake bijna energie-neutrale nieuwbouw is in onderdeel 5 van het algemeen deel van de toelichting een uitgebreid overzicht opgenomen van de verwachte regeldruk voor burgers en bedrijven. De regeldruk is berekend door onderzoeksbureau SIRA Consulting (onderzoeksrapport 11 februari 2019 ‘Effectmeting wijziging Bouwbesluit 2012, financiële effecten van bijna energieneutraal bouwen (BENG)’).

In het bovengenoemde onderzoek van SIRA is al rekening gehouden met de gevolgen van de voorliggende wijzigingsregeling. Dit betekent dat er een uitzondering daargelaten geen sprake is van extra financiële gevolgen. Deze uitzondering betreft de regeldruk die voortkomt uit de eisen ter voorkoming van oververhitting.

SIRA heeft in opdracht van BZK de eenmalige en structurele financiële effecten van toepassing van dergelijke dynamische berekeningen voor bedrijven en gemeenten in kaart gebracht. Dit aanvullende onderzoek is het rapport ‘Effectentoets dynamische berekening TOjuli van december 2019’. Uit deze rapportage blijkt dat de initiële eenmalige administratieve lasten voor bedrijven moeten worden ingeschat op in totaal minimaal € 197.500 en maximaal € 745.000. De structurele jaarlijkse administratieve lasten zijn begroot op minimaal € 39.500 en maximaal € 149.000.

Bestuurlijke lasten en financiële gevolgen voor de Rijksoverheid

Uitvoering van de hierboven genoemde wijziging van het Bouwbesluit 2012 kan voor gemeenten extra kosten meebrengen. Door SIRA Consulting zijn in hierboven eerstgenoemde rapportage de bestuurlijke lasten in beeld gebracht. De eenmalige kosten voor kennisname van regelgeving bedragen € 17.000 en de structurele handhavingskosten € 1,8 miljoen per jaar. De bestuurlijke lasten als gevolg van de voorliggende wijzigingsregeling zijn hier al in meegenomen. Uit het aanvullende onderzoek van SIRA blijkt dat de verwachting is dat de effecten voor gemeenten verwaarloosbaar zijn. Dit komt omdat gemeenten alleen behoeven te controleren of aan de TOjuli-eis of GTO-eis is voldaan en of de benodigde berekeningen aanwezig zijn. Bovendien is de verwachting dat er slechts een beperkt aantal dynamische berekeningen zal worden gemaakt.

r.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 28 september 2020, 2020-0000554748 tot wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 in verband met de introductie van een stelsel van certificering voor werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties, Stcrt. 2020, 50199

In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel zijn de gevolgen voor burgers, bedrijven, decentrale overheden en de Rijksoverheid in verband met het wettelijk stelsel door Sira Consulting in kaart gebracht. Hierbij heeft Sira Consulting onderscheid gemaakt tussen eenmalige en structurele effecten en regeldrukeffecten die deels al bedrijfseigen zijn omdat ze ook worden gemaakt zonder verplichting uit wet- en regelgeving. Naar aanleiding van de motie Koerhuis/Ronnes 1 van 22 mei 2019, waarin de regering is verzocht een MKB-toets uit te voeren om de regeldruk en kosten van het stelsel nader te toetsen, zijn in het kader van het bovenliggende besluit (Stb. 2020, 348) de regeldrukeffecten voor installatiebedrijven nader gespecificeerd naar type en grootte van het bedrijf en deze effecten doorberekend naar gevolgen voor de kosten van installatie en onderhoud voor de burger. Bij deze doorrekening heeft Sira Consulting in afstemming met de sector ook een aantal aannames en uitgangspunten geactualiseerd (onder andere met betrekking tot opleiding en uurtarief van monteurs).

Deze voor de regeldrukeffecten uitgevoerde berekeningen zijn uitgebreid toegelicht in de nota van toelichting bij het besluit (Stb. 2020, 348). Onderhavige ministeriële regeling brengt geen aanvullende regeldrukeffecten met zich mee.

1 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 022, nr. 12.

s.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 december 2020, nr. 2020-0000683510, tot wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 inzake de bepalingsmethode voor het geluidsniveau van buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk opgestelde installaties voor warmte- of koudeopwekking, Stcrt. 2020, 62676

Omdat het in deze wijzigingsregeling alleen gaat om het uitwerken van voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is er bij de totstandkoming van deze regeling geen aanvullend onderzoek gedaan.

t.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 december 2020, nr. 2020-0000742896 tot wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012, de Regeling energieprestatie gebouwen en twee andere regelingen in verband met het aanwijzen van geactualiseerde versies van BRL 9500, BRL 9501 en NTA 8800, Stcrt. 2020, 66972

Er is geen onderzoek naar de effecten op de regeldruk uitgevoerd.

u.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 december 2020, nr. 2020-0000740184, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het aanwijzen van een nieuwe versie van een aantal normen en enkele andere wijzigingen, Stcrt. 2020, 66974

Er is geen onderzoek naar de effecten op de regeldruk uitgevoerd.

v.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 februari 2021, nr. 2021-0000069476 tot wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen en de Regeling Bouwbesluit 2012 in verband met een overgangsregeling voor de vakbekwaamheid van energieadviseurs voor BRL 9500-W en 9500-U, Stcrt. 2021, 7104

De kwaliteitsborging van deze overgangsregeling vindt plaats binnen de kaders van het kwaliteitsbor- gingsysteem en de Beoordelingsrichtlijnen BRL 9500-W en BRL 9500-U. Deze beoordelingsrichtlijnen bevatten onder andere voorschriften voor het uitvoeren van interne dossier audits in paragraaf 6.1 van de BRL’en van 15 april 2020 en bijbehorende wijzigingsbladen van 15 december 2020. De certificaathouder moet twee extra interne controles doen per persoon werkzaam onder de overgangsregeling, om de kwaliteit van de registraties te waarborgen. Geconstateerde afwijkingen dienen te worden aangepast. De extra lasten voor de certificaathouder zijn circa 2 uur per dossiercontrole. Het is heel verschillend hoeveel personen werkzaam zijn voor een certificaathouder en daarmee lastig om een beeld te geven van de totale lasten voor certificaathouders. Voor de totale lasten maakt ook uit hoeveel personen en op welk moment zij gebruik willen maken van de overgangsregeling, tussen het moment van inwerkingtreding van de onderhavige regeling en 1 juli 2021. Tegenover deze last staat echter de baat dat deze persoon middels de overgangsregeling weer aan het werk kan.

w.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 juni 2021, nr. 2021-0000319006 tot wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen en de Regeling Bouwbesluit 2012 in verband met een verlenging van de overgangsregelingen voor de vakbekwaamheid van energieadviseurs voor BRL 9500-W en 9500-U, Stcrt. 2021, 32830

Er is geen onderzoek naar de effecten op de regeldruk uitgevoerd.

Uw gekozen filters:

Type

Gebruiksfuncties