Bouwbesluit Online 2012


Artikel 1.33 Mededeling aanvang en beëindiging sloopwerkzaamheden

Door het bevoegd gezag in kennis te stellen van het moment van aanvang en het moment van beëindiging van de sloopwerkzaamheden kan tijdig toezicht worden uitgeoefend op de uitvoering van de sloopwerkzaamheden.

Het eerste lid heeft betrekking op de mededeling van het moment van aanvang van de uitvoering van de werkzaamheden. Die mededeling moet schriftelijk worden gedaan en ten minste twee werkdagen voor aanvang. Indien het moment van feitelijke aanvang overeenstemt met de opgave daarvan in de sloopmelding (zie onderdeel d van artikel 1.26, vierde lid), kan een afzonderlijke schriftelijke mededeling achterwege blijven. Indien het moment van feitelijke aanvang afwijkt van de opgave in de sloopmelding dient de schriftelijke mededeling wel te worden gedaan.

Bij Stb. 2019, 155 is een nieuw tweede lid ingevoegd. Zoals al in paragraaf 4 van het algemene deel van nota van toelichting van het wijzigingsbesluit (Stb 2019, 155) is toegelicht dient de informatieverstrekking over de begin- datum en einddatum van sloopwerkzaamheden waarbij asbest of asbesthoudende producten van risicoklasse 2 of 2A worden verwijderd, voortaan langs elektronische weg met gebruikmaking van het LAVS plaats te vinden. Dit is geregeld in het nieuwe tweede, onderscheidenlijk vierde, lid. In het LAVS is het mogelijk om binnen één project meerdere adressen te onderscheiden, bijvoorbeeld een flatgebouw met daarbinnen meerdere appartementen die op verschillende momenten worden gesaneerd. In het LAVS wordt voor het gehele project één melding gedaan. Voor de afzonderlijke adressen in het geval van een flatgebouw (complex) kan een extra melding gedaan worden om specifiek aan te geven op welk huisnummer men wanneer aan het saneren is. Hierdoor wordt in het LAVS per locatie de in dit artikel bedoelde informatie over begin- en einddatum van de feitelijke werkzaamheden aangeleverd.

Het tweede lid , bij Stb. 2019, 155 vernummer tot derde lid, heeft betrekking op de mededeling van het moment van beëindiging van de sloopwerkzaamheden. Die mededeling (gereedmelding) moet uiterlijk op de eerste werkdag na de dag dat de werkzaamheden zijn beëindigd aan het bevoegd gezag worden gedaan [Stb. 2011, 676].

Indien het moment van beëindiging overeenstemt met de opgave daarvan in de sloopmelding, geldt die opgave als de mededeling als bedoeld in het tweede lid en kan een afzonderlijke mededeling achterwege blijven. De kennisgeving als bedoeld in het tweede lid behoeft in beginsel niet schriftelijk te worden gedaan tenzij het bevoegd gezag dat als een nadere voorwaarde heeft opgenomen (zie artikel 1.29, tweede lid, onder b).

Op grond van het bij stb. 2019, 155 vervallen derde lid moest binnen twee weken na beëindiging van sloopwerkzaamheden die (mede) betrekking hadden op asbestverwijdering een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling als bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 bij het bevoegd gezag worden ingediend. Het vervallen derde lid, dat bepaalde dat het asbestverwijderingsbedrijf binnen twee weken na de asbestverwijdering een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling aan het bevoegd gezag moet verstrekken. Zoals al werd opgemerkt in paragraaf 4 van het algemene deel van nota van toelichting bij Stb. 2019, 155 is deze informatieverplichting nu opgenomen in artikel 9, derde lid, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Zij is bovendien niet langer tot asbestverwijderingsbedrijven gericht, maar tot de bedrijven die de eindbeoordelingen van de asbestverwijdering uitvoeren.

Verder is een nieuw vierde lid toegevoegd [Stb. 2011, 676] ] en vernummerd bij Stb. 2019, 155 tot vijfde lid, waar uit volgt dat degene die sloopwerkzaamheden heeft uitgevoerd het bevoegd gezag moet informeren over de aard en hoeveelheid van de vrijgekomen afvalstoffen en de bestemming van die stoffen. De termijn waarbinnen dit moet plaatsvinden wordt door het bevoegd gezag bepaald. Ten overvloede wordt opgemerkt dat deze termijn natuurlijk ook kan worden bepaald door een daartoe gemandateerde gemeenteambtenaar. In dit vijfde lid is in algemene zin bepaald dat op verzoek van het bevoegd gezag door degene die de sloopwerkzaamheden heeft uitgevoerd, informatie over de vrijgekomen en afgevoerde afvalstoffen wordt verstrekt.

Bij Stb. 2019, 155 is een nieuw zesde lid toegevoegd. Hierin is bepaald dat als het om asbestafval gaat, het asbestverwijderings bedrijf binnen twee weken nadat de eindbeoordeling is verricht in het LAVS een bewijs moet invoeren dat het asbestafval is afgevoerd. Daarbij moeten ook de afvoerbestemming en het gewicht van het afgevoerde asbestafval worden vermeld.

Uw gekozen filters:

Type

Gebruiksfuncties