Bouwbesluit Online 2012

Bijlage VIII. Behorende bij artikel 3.9, tweede lid, van de Regeling Bouwbesluit 2012 (Inwerking treding vanaf 1 april 2021)

a. Meetgrootheid en meetduur In afwijking van paragraaf 2.2 van de Handleiding Meten en Reken Industrielawaai wordt het equivalente A gewogen immissieniveau Li gemeten voor een bedrijfstoestand i, zoals genoemd bij b, over een meetperiode van minimaal 1 minuut.
b. Bedrijfstoestand waarbij wordt gemeten Het geluidsniveau van de installatie voor warmte- of koudeopwekking wordt gemeten bij het maximale toerental behorende bij de gekozen instelling van de installatie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een bedrijfstoestand in de dagperiode (7:00 – 19:00 uur) en de avond- en nachtperiode (19:00 – 7:00 uur) als de installatie voor deze perioden afzonderlijke instellingen heeft.Als het instellen van het maximale toerental bij een installatie niet mogelijk is dan wordt de meting uitgevoerd bij in de tabel 1 beschreven omstandigheden.

Tabel 1

Bedrijfstoestand Actie Instelling aanvoer temperatuur buitentemperatuur
Tapwaterproductie warmtapwater-voorraad ten minste 50% leeg tappen met volledig open douche- of badkraan. 50 °C tapwater Maximaal 18 °C
Ruimteverwarming 15 minuten voor de meting de systeemregelaar voor alle zones 5 °C hoger instellen dan de aanwezige ruimtetemperatuur *) Ontwerptemperatuur afgiftesysteem Maximaal 10 °C
Ruimtekoeling 15 minuten voor de meting de systeemregelaar voor alle zones 5°C lager instellen dan de aanwezige ruimtetemperatuur*). Ontwerptemperatuur afgiftesysteem Minimaal 23 °C
Hybride (elektrisch of gas-bijstook) 15 minuten voor de meting de systeemregelaar voor alle zones 5 °C hoger instellen dan aanwezige ruimtetemperatuur en bijstooksysteem blokkeren. Ontwerptemperatuur afgiftesysteem bij T-bivalent Minimaal 5°C en maximaal 10°C

Naast de genoemde omstandigheden in tabel 1 moet bij installaties voor tapwaterproductie en ruimteverwarming die bij het ontdooien geen gebruik maken van de aanwezige warmte in de woning of van een speciaal warmtebuffer, de meting ook worden uitgevoerd bij het ontdooien.

c. Correctie dagperiode Indien een installatie een afzonderlijke instelling heeft voor de avond- en nachtperiode (19:00 – 7:00 uur), dan wordt het gemeten geluidsniveau in de dagperiode (7:00 – 19:00 uur) gecorrigeerd met -5 dB.
d. Correctie tonaal geluid In afwijking van paragraaf 2.3 van de Handleiding Meten en Reken Industrielawaai wordt het gemeten geluidsniveau als volgt gecorrigeerd als sprake is van tonaal geluid: de tonaliteit wordt bepaald volgens NEN-ISO 1996-1:2016, Annex J, table J.1, waarbij een tonaliteitscorrectie wordt bepaald van 0 dB naar 6 dB met stappen van 1dB. Tot 1 januari 2024 mag in afwijking van de bovengenoemde bepalingsmethode de tonaliteit bepaald worden volgens DIS47315/150257, April 2004 (BfE Basel). Hierbij wordt de tonaliteit bepaalt als een waarde LBi en de aan te houden tonaliteitscorrectie is dan als volgt:
  • LBi< 17,5 een tonaliteitscorrectie van 0 dB;
  • 17,5 ≤ LBi < 25 een tonaliteitscorrectie van 3 dB;
  • LBi >= 25 een tonaliteitscorrectie van 6 dB.
Indien beide bepalingsmethoden worden toegepast, dan geldt de laagst bepaalde tonaliteitscorrectie.
e.Plaats waar gemeten wordt op de perceelgrens met een perceel voor een andere woonfunctie (artikel 3.8, tweede lid, van het besluit).
1. De installatie staat op het maaiveld De plaats waar gemeten wordt op de perceelgrens heeft een verticale en een horizontale positie die als volgt worden bepaald:
  • de verticale positie (hoogte) is 1,5 meter boven het maaiveld; en
  • de horizontale positie waar het hoogste geluidsniveau optreedt.
In afwijking van de bovengenoemde verticale positie (hoogte) wordt bij een gemeenschappe-lijke, geheel gesloten erfafscheiding met een massa van ten minste 10 kg/m2 en hoogte van ten minste 1,8 meter, gemeten op 0,5 meter boven deze erfafscheiding. Het gemeten geluidsniveau wordt daarbij gecorrigeerd met -5 dB in de volgende gevallen:
  • als op het naastgelegen perceel voor een andere woonfunctie nergens een geluidsniveau optreedt groter dan 40 dB ter plaatse van het midden van te openen ramen of deuren van verblijfsgebieden van de andere woonfunctie; of
  • als op het naastgelegen perceel voor een andere woonfunctie nergens een geluidsniveau optreedt groter dan 40 dB ter plaatse van de mogelijke gevels of daken van de andere woonfunctie.
2. De installatie staat op een vloer van een buitenruimte, op een dak of hangt aan een gevel De plaats waar gemeten wordt op de perceelgrens heeft een verticale en een horizontale positie die als volgt worden bepaald:
  • de verticale positie (hoogte) is 1,5 meter boven de onderkant van de installatie; en
  • de horizontale positie is op de perceelgrens waar het hoogste geluidsniveau optreedt.
In afwijking van de bovengenoemde verticale positie (hoogte) kan worden uitgegaan van een verticale positie van 1,5 meter boven het maaiveld in de volgende gevallen:
  • als op het naastgelegen perceel voor een andere woonfunctie nergens een geluidsniveau optreedt groter dan 40 dB ter plaatse van:
    • 1,5 meter boven het maaiveld; en
    • het midden van te openen ramen of deuren van verblijfsgebieden op verdiepingen van de andere woonfunctie; of
  • als op het naastgelegen perceel voor een andere woonfunctie nergens een geluidsniveau optreedt groter dan 40 dB ter plaatse van:
    • 1,5 meter boven het maaiveld; en
    • de mogelijke gevels of daken van de andere woonfunctie.
f. Plaats waar gemeten wordt bij een te openen raam of deur (artikel 3.9, derde lid, van het Besluit). Er wordt gemeten bij het te openen raam of de deur van een aangrenzende woning op hetzelfde perceel waar het hoogste geluidsniveau optreedt. Bij het raam of de deur wordt daarbij op twee plaatsen gemeten op de verticale middellijn van het raam of de deur: één op een hoogte van een kwart en één op een hoogte van driekwart van het raam of de deur. Er wordt gemeten op een afstand van maximaal 2 cm van het raam of de deur. De beide meetwaarden worden energetisch gemiddeld. De gemeten waarde wordt gecorrigeerd met -5 db vanwege de reflectie tegen de achterliggende constructie. De correctie geldt niet bij een raam of deur die grenst aan een buitenruimte.
Uw gekozen filters:

Type

Gebruiksfuncties