Bouwbesluit Online 2012

Hoofdstuk 3a Verwarmingssystemen en airconditioningsystemen

Artikel 3a.1Keuring verwarmingssysteem

Lid 1.

De keuring van een ruimteverwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW wordt verricht door een bedrijf met een geldig certificaat dat is afgegeven door een instantie die door een accreditatie-instantie is geaccrediteerd om uitvoering te kunnen geven aan de Deelregeling voor stookin-stallaties, die deel uitmaakt van de Certificatieregeling voor het kwaliteitsmanagementsysteem ten behoeve van het uitvoeren van onderhoud en inspectie aan technische installaties, van de stichting SCIOS.

Lid 2.

Het bedrijf en de opdrachtgever bewaren het keuringsverslag ten minste zes jaar.

Artikel 3a.2Keuring airconditioningsysteem

Lid 1.

De keuring van een airconditioningsysteem of gecombineerd airconditioning- en ventilatiesys-teem met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW, wordt op basis van het gestelde in bijlage IV bij deze regeling, uitgevoerd door een deskundige met een diploma EPBD A-airconditioningsystemen of EPBD-B airconditioningsystemen.

Lid 2.

Het opstellen van het keuringsverslag van een in het eerste lid bedoelde keuring wordt verricht door een deskundige met het diploma EPBD B-airconditioningsystemen.

Lid 3.

De deskundige registreert de datum van de keuring van het systeem in het bij het systeem behorende logboek.

Lid 4.

De deskundige stelt het volgens bijlage V bij deze regeling opgestelde keuringsverslag binnen vier weken na de keuring ter hand van de opdrachtgever.

Lid 5.

De deskundige en de opdrachtgever bewaren het keuringsverslag ten minste vijf jaar.

Artikel 3a.3Exameninstellingen

Lid 1.

De minister wijst de instellingen aan die zijn belast met:

a.het afnemen van het examen;
b.het afnemen van het herexamen;
c.het afnemen van het bijscholingsexamen.

Lid 2.

Een exameninstelling:

a.bezit rechtspersoonlijkheid;
b.heeft een vestiging in Nederland;
c.beschikt over voldoende deskundigheid om examens op te stellen en af te nemen;
d.beschikt over een kwaliteitssysteem dat op schrift is gesteld;
e.beschikt over faciliteiten om examens af te nemen.

Lid 3.

De minister kan een adviescommissie instellen die de minister adviseert over de beoordeling van de deskundigheid, bedoeld in het tweede lid.

Lid 4.

De adviescommissie, bedoeld in het derde lid, bestaat uit minimaal drie en maximaal zeven leden.

Lid 5.

De minister kan aan de aanwijzing van een exameninstelling voorschriften verbinden.

Lid 6.

De minister kan de aanwijzing intrekken indien een exameninstelling niet voldoet aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden of de aan de aanwijzing verbonden voorschriften niet naleeft.

lid 7.

Een exameninstelling stelt een examenreglement en een huishoudelijk reglement vast.

Lid 8.

Een exameninstelling verstrekt desgevraagd aan de minister alle inlichtingen die hij voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. De minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, die hij voor de vervulling van zijn taak nodig heeft.

Lid 9.

Indien een exameninstelling niet voldoet aan een of meer van haar verplichtingen bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister.

Artikel 3a.4Examens

Lid 1.

De minister stelt de inhoud van het examen vast op basis van een voorstel van een examenin-stelling.

Lid 2.

Het examen bestaat uit een theorietoets en een praktijktoets.

Lid 3.

Wanneer een deelnemer bij een of meer onderdelen van het examen in onvoldoende mate voldoet aan de in bijlage VI bij deze regeling opgenomen eisen, wordt de deelnemer binnen zes maanden na het examen eenmaal in de gelegenheid gesteld een geheel of gedeeltelijk herexamen te doen.

Lid 4.

De exameninstelling registreert de uitslagen van de afgelegde examens.

Lid 5.

De exameninstelling neemt maatregelen om fraude bij het examen te voorkomen.

Artikel 3a.5Diploma’s

Lid 1.

De exameninstelling bericht de minister binnen drie weken na het examen welke deelnemers voldoen aan de in artikel 3a.4, derde lid, bedoelde eisen.

Lid 2.

De minister geeft deze deelnemers daarna het diploma EPBD A-airconditioningsystemen of het diploma EBPD B-airconditioningsystemen.

Lid 3.

Een diploma is vijf jaar geldig vanaf de datum van het examen.

Lid 4.

Een diploma vermeldt ten minste:

  • de volledige naam, geboortedatum en geboorteplaats van de houder van het diploma;
  • de datum van afgifte en de ondertekening door de minister;
  • de geldigheidsduur.

Artikel 3a.6Registratie diploma’s

Lid 1.

De minister registreert:

a.aan welke personen een diploma EPBD A-airconditioningsystemen of diploma EBPD B-airconditioningsystemen is afgegeven;
b.de datum van afgifte van het diploma, bedoeld in onderdeel a;
c.de geldigheidsduur van het diploma.

Lid 2.

De minister beheert de registratie en is verwerkingsverantwoordelijke.

Lid 3.

De gegevens uit de registratie worden desgevraagd kosteloos verstrekt voor zover dit noodzakelijk is voor het laten uitvoeren van de keuring, bedoeld in artikel 3a.2.

Lid 4.

De gegevens in de registratie worden vijf jaar bewaard.

Artikel 3a.7Bijscholing deskundigen

Lid 1.

De minister verlengt de geldigheidsduur van een diploma met vijf jaar wanneer een deskun-dige op grond van een bijscholingsexamen voldoet aan de in bijlage VI bij deze regeling opgenomen eisen.

Lid 2.

Op de in het eerste lid bedoelde verlenging zijn de artikelen 3a.4 tot en met 3a.6 van overeen-komstige toepassing.

Artikel 3a.8Afmelding verwarmingssystemen en airconditioningsystemen

Het bedrijf respectievelijk de deskundige, bedoeld in de artikelen 3a.1 en3a.2 meldt binnen vier weken nadat de in deze artikelen bedoelde keuring is verricht, deze af bij een door de minister aangewezen instantie.

Uw gekozen filters:

Type

Gebruiksfuncties